(Hier (Lau-tse) kun je een link aanleggen naar de Winkler Prins Encarta Encyclopedie. In de onderstaande beschrijving kun je ook weer link aanleggen bij "Taoïsme" .

Lau-tse ( "de Oude Meester"), ook wel aangeduid met de namen Lau Tan of Li Er, is een legendarische figuur aan wie het auteurschap van de Tau-te-tjing werd toegeschreven. Hij zou een oudere tijdgenoot zijn van Confucius, archiefbewaarder zijn geweest in de hoofdstad Lo-jang en zich ten slotte rijdend op een buffel uit de wereld hebben teruggetrokken. Toen de wachter van de Westelijke Pas hem verzocht zijn gedachten op te schrijven voor het nageslacht, overhandigde hij deze het geschrift dat het heilige boek zou worden van de tauïsten. Chinese critici zijn echter al in de 18de eeuw tot de conclusie gekomen dat de Tau-te-tjing niet eerder kan zijn ontstaan dan in de 3de eeuw v.C. Volgens sommige historici moet de auteur ervan de vader zijn geweest van een zekere burggraaf Twan-kan Tsoeng, generaal in 273 v.C. Later is Lau-tse vergoddelijkt als stichter van het taoïsme.

WERK: d. J.J.L. Duyvendak, Tau-te-tsjing (1950); d. J. Blok, Tau Teh Tsjing (1984); Te-Tao Ching. Een nieuwe vertaling gebaseerd op recent ontdekte Ma-wang-tui teksten, d. R.G. Henricks (1991).

© 1993-2003 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden.

tauïsme of taoïsme, een van de drie godsdiensten van oud-China (naast confucianisme en boeddhisme), die ondanks onderlinge verschillen en tijdelijke vijandigheid elkaar zó sterk beïnvloed hebben, dat zij naar een bekend gezegde wel een drieheid vormen, maar ook als een eenheid kunnen worden beschouwd. Hoewel het tauïsme stoelt op dezelfde wortel van het oude Chinese geloof als het confucianisme, verschilt het van de sterk ethisch getinte wereldvisie van Confucius door een mystiek-godsdienstige interpretatie van de Tau-idee. Tau of Tao, het grondbeginsel van de klassieke Chinese godsdienst, betekent "weg" en stelt "de Weg" voor die het universum gaat en waaraan de mens zich moet conformeren.

1. MYSTIEK TAUÏSME

Men kan in het tauïsme een oudere en een jongere fase onderscheiden. Het zuivere, hooggestemde tauïsme kan men het best leren kennen uit het diepzinnige en duistere werkje Tau-te-tjing, dat aan Lau-tse wordt toegeschreven, en uit de geschriften van de wijsgeer Tsjwang-tse (eind 4de eeuw v.C.). De tauïstische wereldkijk is dynamisch. De aanhanger van deze godsdienst moet zich instellen op de wisseling in het heelal van het yin en yang, twee hoofdcategorieën van de klassieke Chinese godsdienst. Yang, het hemelse, lichte, warme, mannelijke, actieve element, en yin, het aardse, donkere, koude, vrouwelijk, passieve element, domineren beurtelings. In dit proces openbaart zich Tau (de Weg), die bestendig onbestendig is. Het Tau gaat alle beschrijving te boven. Hoewel het onzichtbaar, onhoorbaar, zonder gestalte, zonder begin of einde, niet gebonden aan ruimte of tijd is, werkt het onverpoosd en doet het alles door "woe-wei" (= daadloosheid). "De Weg is bestendig daadloos en toch is er niets dat niet gedaan wordt." Enkeling en gemeenschap moeten dit voorbeeld volgen. De individu moet door lijdelijkheid en ascese de "te" = deugd, dwz. de ware levenskracht, verwerven. De consequentie van het beginsel "woe-wei" voor het staatsbeleid is het zich onthouden van bestuurshandelingen. Het volk dient te verkeren in een staat van niet-culturele onwetendheid.

Het Tau-te-tjing wordt gekenmerkt door een serene mystiek.

2. VOLKS TAUÏSME

Het latere tauïsme van de brede volksmassa's zakte sterk in peil en ontwikkelde zich tot een ingenieus systeem van gebruikmaking van kosmische en magische krachten. Door ademgymnastiek, seksuele hygiëne en het zoeken van geneeskrachtige kruiden poogden tauïstische heiligen hun vitaliteit te verhogen en levitatie (het vrij zweven op de wind) te verkrijgen. Daarbij werd het Ji-tjing, een oud orakelboek, geraadpleegd. Typerend voor deze denkrichting is o.a. de zgn. fengsjwei, een pseudo-wetenschap, waardoor men de, kosmisch gezien, meest geschikte plaats voor bouwwerken, vooral graven, bepaalde.

3. GODSDIENSTIGE ORGANISATIE

Onder de Han-dynastie (2de eeuw n.C.) ontwikkelde het tauïsme zich tot een godsdienstige organisatie met een priesterhiërarchie en een monnikenstand en werd geregeerd door een "paus", die resideerde bij het Draak-Tijgergebergte. In deze organisatievorm is invloed van het boeddhisme speurbaar. Dit tauïsme wist een plaats te geven aan de oude volksgoden, omkranste het leven met offers en feesten, opende het uitzicht op een bestaan na de dood en tolereerde vele bijgelovige en magische praktijken. Ook latere keizers hebben dit tauïsme geprotegeerd, terwijl moderne regeringen het als grof bijgeloof hebben bestreden. Op Taiwan toont het tauïsme zich nog steeds levenskrachtig.

4. INVLOED

Het tauïsme als filosofie heeft in China bijgedragen tot allerlei voorwetenschappelijke en vroeg-wetenschappelijke beschouwingen en studies over de natuur, inclusief astrologie en alchemie waaruit vele praktijken, als geomantie, numerologie, gebruik van geneeskrachtige mineralen en kruiden, en macrobiotiek zijn voortgekomen. Ook de vele praktische technische uitvindingen en toepassingen, o.a. buskruit, kompas, seismograaf, waarin China West-Europa soms eeuwen vooruit was, zijn voor een deel aan het tauïsme te danken. De Engelse biochemicus en sinoloog J. Needham ziet verwantschap tussen deze Chinese filosofie en die van A.N. Whitehead. Zie voorts Chinese cultuur§ 1, godsdienst en wijsbegeerte.

VERT: Kwee Swan-Liat, Philosophes taoïstes; Lao Tseu, Tchouang-Tseu, Lie-Tseu (1980, m. inl. en bibliogr. d. P. Amiéville, Etiemble en M. Kaltenmark).

© 1993-2003 Microsoft Corporation/Het Spectrum. Alle rechten voorbehouden.